Tijdens de dekolonisatie kregen tientallen voormalige koloniën in Azië en Afrika binnen zo'n twee decennia na de Tweede Wereldoorlog formele politieke onafhankelijkheid, waarmee koloniale rijken uiteenvielen die in sommige gevallen al ruim meer dan een eeuw hadden bestaan. Die snelle golf van onafhankelijkheid had geen enkele op zichzelf staande oorzaak; ze kwam voort uit een echte combinatie van krachten: georganiseerde lokale onafhankelijkheidsbewegingen, koloniale machten die door de oorlog economisch en militair verzwakt waren, en een veranderend internationaal klimaat dat voortgezette koloniale overheersing aanzienlijk moeilijker maakte om vol te houden of te rechtvaardigen dan voorheen.
Lokale onafhankelijkheidsbewegingen zorgden voor georganiseerde, aanhoudende druk van binnenuit
In de gekoloniseerde gebieden mobiliseerden georganiseerde onafhankelijkheidsbewegingen, die vaak voortbouwden op tientallen jaren eerdere politieke organisatie, echte brede steun en oefenden ze aanhoudende druk uit op de koloniale bestuurders, via onderhandeling, burgerlijke ongehoorzaamheid en in een aanzienlijk aantal gevallen gewapende strijd. Dit waren geen spontane opstanden; veel werden geleid door figuren en organisaties met werkelijke, doordachte politieke programma's en, in verschillende opvallende gevallen, decennia aan eerdere organisatorische ervaring, wat de naoorlogse onafhankelijkheidsgolf een niveau van aanhoudende, gecoördineerde druk gaf dat eerdere antikoloniale bewegingen vaak moeilijk hadden kunnen volhouden.
Een verzwakte, gediscrediteerde koloniale orde maakte die druk aanzienlijk moeilijker te weerstaan
De Tweede Wereldoorlog liet de grote Europese koloniale machten economisch uitgeput en militair overbelast achter, aanzienlijk minder in staat om de kostbare militaire en bestuurlijke aanwezigheid te handhaven die koloniale overheersing traditioneel vereiste, terwijl de retoriek van zelfbeschikking uit de oorlog zelf, en het diskrediet dat rassenhiërarchie-doctrines door associatie met de oorlog opliepen, koloniale overheersing internationaal aanzienlijk moeilijker te rechtvaardigen maakten voor diezelfde machten. Precies deze samenloop van verzwakte materiële capaciteit en aangetaste internationale legitimiteit verklaart waarom de dekolonisatie zich in de naoorlogse decennia zo snel voltrok, in plaats van zo geleidelijk te verlopen als eerdere antikoloniale bewegingen, die te maken hadden met koloniale machten die nog op volle sterkte waren, over het algemeen deden.
Waar we nog niet zeker van zijn
Dat lokale onafhankelijkheidsbewegingen, verzwakte koloniale machten en een veranderend internationaal klimaat samen de naoorlogse dekolonisatiegolf aandreven, staat vast, uitvoerig gedocumenteerde geschiedenis die bevestigd wordt in tientallen afzonderlijke nationale gevallen. Wat werkelijk nog onderwerp is van voortdurend historisch debat, is precies hoeveel relatief gewicht elk van deze drie factoren toekomt voor het onafhankelijkheidspad van een specifiek land, aangezien de balans tussen georganiseerde interne druk en externe koloniale zwakte per geval aanzienlijk verschilde, en historici blijven actief debatteren over die balans voor afzonderlijke gebieden in plaats van dekolonisatie te behandelen als één uniform proces dat overal op dezelfde manier verliep.
Dit valt onder Dekolonisatie & Onafhankelijkheidsbewegingen, een van de zeven onderwerpen binnen Hedendaagse Geschiedenis, een van de zeven domeinen binnen Geschiedenis, een van de zeventien vakken waarover de app je kan overhoren.